Intensive Care

De Intensive Care (IC) is voor patiënten die extra zorg nodig hebben. Hier houden artsen en verpleegkundigen belangrijke lichaamsfuncties goed in de gaten. Soms helpen apparaten het lichaam, bijvoorbeeld bij het ademen. Sommige patiënten komen op de IC na een operatie, anderen plotseling omdat zij erg ziek zijn.

 

Intensive Care - Intensieve zorg: warm en persoonlijk

Op de Intensive Care (IC) worden patiënten opgenomen bij wie belangrijke lichaamsfuncties bewaakt moeten worden, bijvoorbeeld na een grote operatie.
Ook worden patiënten opgenomen die zo ernstig ziek zijn dat lichaamsfuncties tijdelijk ondersteund of overgenomen moeten worden. 

Deze patiënten hebben intensieve en gespecialiseerde zorg nodig. Die zorg kan op een gewone ziekenhuisafdeling niet worden gegeven. Het gaat bijvoorbeeld om problemen met het hart, 
de longen, de lever of de nieren. 

Sommige patiënten weten van tevoren dat zij op de IC worden opgenomen, bijvoorbeeld na een grote operatie. Voor andere patiënten en hun naasten komt een opname op de IC onverwacht. 
Hoelang iemand op de IC blijft, is vooraf vaak niet te zeggen.

Aandoeningen en behandelingen

Het team

C.S. (Carianne) Rijs-Bol

Chirurg-intensivist

Aandachtsgebied

Intensive Care, chirurgie, algemeen

C.W. (Caroline) Glas

Anesthesioloog-intensivist

Aandachtsgebied

Intensive Care, anesthesie, acute geneeskunde

D. (Daniël) Pretorius

Anesthesioloog-intensivist

J. (Judy) Biginski

Anesthesioloog-intensivist

K. (Kim) Selles

Anesthesist/intensivist

Over de afdeling

Samenwerking

Het St Jansdal werkt samen met het Meander Medisch Centrum en het UMC op het gebied van intensive care. Zo delen we kennis en ervaring. Als het nodig is, kan een patiënt worden overgeplaatst. Meestal blijft de patiënt in ons eigen ziekenhuis. Soms is er meer gespecialiseerde zorg nodig. Dan gebeurt de behandeling in een groter ICcentrum in de regio. Zo zorgen we ervoor dat elke patiënt de juiste ICzorg krijgt. 

 

Patiënten op de Intensive Care zijn vaak erg ziek. Soms zien zij er anders uit dan u gewend bent. Daar kunt u vanschrikken. 
U ziet meestal veel apparatuur. Denk aan slangen, monitors of een beademingsmachine. Soms kan iemand niet praten, of reageert iemand anders dan normaal.

 

 

U mag de patiënt altijd aanraken. Dat is vaak fijn voor hem of haar. De verpleegkundige legt rustig uit wat u ziet en waarom dat zo is. U kunt altijd vragen stellen.  

 

 

Als naaste wilt u graag weten hoe het met de patiënt gaat. Het ziekenhuis moet de privacy van de patiënt beschermen. Dat betekent dat betrokkenen een eerste en tweede contactpersoon aanwijzen. 

Na opname volgt meestal snel een gesprek met de arts. De arts legt aan de vaste contactpersonen uit wat er aan de hand is. En wat de behandeling is. 
De zorg voor de patiënt gaat altijd voor. Daarom kan het gesprek soms even duren. De  contactpersoon kan ook zelf om een gesprek vragen.