Liesbreukoperatie TREPP

In het kort

Liesbreukoperatie

U heeft een liesbreuk. Een liesbreuk gaat niet vanzelf weg. Ook kan het klachten geven. Vaak is een operatie nodig. Binnenkort komt u naar het ziekenhuis voor een liesbreukoperatie. Hierbij krijgt u meer informatie over de operatie en het herstel na de operatie.

Wat is een liesbreuk?

Operatie niet altijd nodig

Heeft u geen klachten? Dan is eerst geen operatie uitvoeren ook een optie. Het kan zijn dat u later wel klachten krijgt. Dan kunt u alsnog een operatie krijgen.

Voorbereiding

Uw huisarts stuurt een verwijzing naar het ziekenhuis. Een medewerker van het ziekenhuis belt u voor een afspraak in het ziekenhuis. U krijgt ook een bericht van uw afspraak in MijnStJansdal.

Vragenlijst invullen ruim voor de operatie

Na het maken van de afspraak staat er een vragenlijst voor u klaar in MijnStJansdal. Vul deze zo snel mogelijk in. Zo kunnen de zorgverleners zich goed voorbereiden op uw komst voor de operatie. Heeft u geen MijnStJansdal? Dan kunt u de vragenlijst in het ziekenhuis invullen.

Informatie over verdoving

U krijgt informatie over de verdoving. Lees dit goed door. De verdoving zorgt ervoor dat u niks voelt tijdens de operatie. De anesthesist is een zorgverlener die ervoor zorgt dat u geen pijn voelt tijdens de operatie. Samen met de anesthesist kiest u de vorm van verdoving:

  • een ruggenprik

  • een ruggenprik met een roesje

  • volledige narcose

Advies voor verdoving: ruggenprik

De chirurg adviseert een ruggenprik voor verdoving. U blijft dan wakker tijdens de operatie. Heeft de chirurg het matje geplaatst? Dan wordt u gevraagd om te hoesten. De chirurg kan dan controleren of het matje op de goede plek zit.

Gesprek met de arts

U heeft ook een gesprek met de arts om te controleren of u een liesbreuk heeft. De arts kan u ook vragen stellen over:

  • ziektes die u heeft gehad;

  • medicijnen die u gebruikt;

  • roken of alcoholgebruik;

  • allergieën;

  • ziektes in uw familie.

U kunt u thuis al voorbereiden op deze vragen. U mag natuurlijk ook vragen stellen aan de arts.

Datum voor operatie

Soms krijgt u na het gesprek met de arts al te horen op welke dag de operatie is. Soms wordt u later gebeld voor het maken van een afspraak voor de operatie.

Waar vindt de operatie plaats?

De operatie kan worden gedaan in Lelystad of Harderwijk. De anesthesist bepaalt waar de operatie wordt gedaan.

Tijdstip van operatie

U hoort 2 dagen van tevoren hoe laat u zich moet melden in het ziekenhuis.

Trombosedienst

Bent u onder controle bij een trombosedienst? Laat hen dan weten wanneer u de operatie heeft.

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunners? Vertel aan uw zorgverlener dat u bloedverdunners gebruikt. Soms is het nodig om tijdelijk te stoppen met deze medicijnen. Overleg dit altijd met uw zorgverlener.

Belangrijk

Niet eten en drinken

Voor deze operatie is het belangrijk dat u nuchter bent. Dat betekent dat u 6 uur voor de operatie niet meer mag eten en drinken. Uw zorgverlener geeft u hierover meer informatie.

Draag wijde kleding

Draag op de dag van de operatie wijde kleding.

Gebruik geen bodylotion of crème

Gebruik op de dag van de operatie geen bodylotion, crème of olie.

Draag geen nagellak en make-up

Draag geen nagellak of make-up op de dag van de operatie.

Laat waardevolle spullen thuis

Laat uw waardevolle spullen thuis. Het ziekenhuis is niet verantwoordelijk voor beschadigingen of het kwijtraken van uw spullen.

Wat neemt u mee?

  • Uw medicijnen in de originele verpakking;

  • Geldig ID-bewijs.

Neem iemand mee

Neem iemand mee naar uw afspraak. U mag 24 uur niet zelf meedoen in het verkeer.

Dag van de opname

Dag van de opname

Op de dag van de operatie blijft u in het ziekenhuis. Dit heet een opname. Op de opnamedag meldt u zich bij de hoofdingang van het ziekenhuis. Daar vertelt een medewerker waar u naar toe moet.

Liesbreuk controleren

Bent u nog niet eerder in het ziekenhuis geweest voor de liesbreuk? De chirurg controleert of u echt een liesbreuk heeft. De kant waar uw liesbreuk zit wordt gemarkeerd.

Is er toch geen liesbreuk? Dan hoeft u geen operatie. Dit gebeurt niet vaak.

Controleren bloeddruk, hartslag en hartritme

De zorgverlener controleert uw bloeddruk, hartslag en hartritme voor de operatie. Heeft u vragen? Dan kunt u ze stellen.

Naar de operatiekamer

U trekt een operatiehemd van het ziekenhuis aan. Daarna brengt een zorgverlener u naar de operatieafdeling. De zorgverlener bereidt u verder voor op de operatie.

Behandeling in 1 dag

Snelle behandeling

In ons ziekenhuis kunt u soms sneller geholpen worden. U krijgt dan alle onderzoeken en de operatie op 1 dag. Dit heet een ONE STOP behandeling. Uw huisarts stelt eerst vast dat u een liesbreuk heeft. Daarna maakt u een afspraak in het ziekenhuis.

Wanneer krijgt u een behandeling in 1 dag?

U kunt een behandeling in 1 dag krijgen als u:

  • Tussen de 16 en 80 jaar oud bent. 

  • Geen suikerziekte heeft. 

  • Geen bloedverdunners of aspirines gebruikt. 

  • Geen hart- of longproblemen heeft. 

  • Een goede conditie heeft. 

  • Niet zwanger bent. 

  • Geen slaapapneu heeft. 

  • De app MijnStJansdal gebruikt. U ontvangt meldingen als er belangrijke informatie en vragenlijsten voor u klaarstaan. 

Vragen vooraf 

Een medewerker van het ziekenhuis belt u en stelt u een aantal vragen. We bekijken of u mee kunt doen aan de ONE STOP behandeling. Bent u geschikt voor de behandeling in 1 dag? Dan plannen we direct een afspraak in. 

De operatie 

Duur van de operatie

De operatie duurt ongeveer 25 minuten.

Deel van de uitstulping verwijderen

Soms verwijdert de chirurg een deel van de uitstulping. De chirurg neemt dan een stukje buikvlies weg.

Na de operatie

Na de operatie

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Hier blijft u totdat u goed wakker bent. Uw zorgverlener houdt u goed in de gaten. En controleert uw ademhaling, hartslag en bloeddruk.

Pijn na de operatie

Na de operatie kan de plek van de operatie pijnlijk zijn. Het advies is om 3 dagen pijnstilling te nemen:

  • 4 keer per dag 1000 milligram paracetamol.

Na 3 dagen hoeft u alleen nog pijnstilling te nemen als u pijn heeft. Iedereen reageert anders op de operatie. Het is daarom moeilijk te voorspellen hoeveel pijn u heeft. U krijgt een recept voor extra pijnstilling als dat nodig is.

Naar huis

U mag naar huis als:

  • Uw bloeddruk en hartslag goed zijn.

  • U geplast heeft.

  • U gevoel in uw benen heeft.

Vragenlijst als controle

Na de operatie krijgt u vragenlijsten die u thuis invult. De zorgverlener belt u als dat nodig is.

Herstel

Na de operatie

De eerste dagen na de operatie is de wond nog gevoelig. Bewegen, diep ademhalen en hoesten kan pijn doen.

Pleister

2 dagen na de operatie mag u de pleister van de wond afhalen. Is de wond droog? Dan hoeft er geen nieuwe pleister op.

Hechtingen

De hechtingen lossen vanzelf op. Soms blijft er een knoopje van de hechting aan de zijkant van de wond zitten. Heeft u hier last van? 10 dagen na de operatie mag u het knoopje eraf knippen.

Rust nemen

Na de operatie is het belangrijk om een aantal dagen rustig aan te doen. U kunt meestal na een week weer werken en sporten. Doe dit alleen als u zich goed genoeg voelt. Voelt u toch pijn? Doe dan een stapje terug. Het is normaal dat het ongeveer 2 weken duurt voor u zich weer helemaal goed voelt.

Voorkom druk op de wond

Til in de eerste week niet te zwaar. Zorg dat u niet hard hoeft te persen als u naar de wc gaat. Moet u niezen of persen? Duw dan met uw beide handen op de wond. U zorgt er dan voor dat er niet teveel druk op de wond komt.

Eten en drinken

U hoeft geen speciaal dieet te volgen. Het is goed om veel water te drinken en om voeding met veel vezels te eten. Hierdoor kunt u goed naar de wc en hoeft u niet veel te persen.

Bewegen na de operatie

Het is belangrijk dat u al snel na de operatie weer in beweging komt. Hierdoor kan uw bloed goed door uw lichaam stromen. Dit is ook goed voor het verwerken van eten en drinken.

Douchen, in bad en zwemmen

Na de operatie mag u kort douchen. U mag pas in bad en zwemmen als de wond genezen is. Dit duurt meestal 14 dagen.

Mogelijke complicaties

Na de operatie kunt u problemen krijgen. Deze problemen noemen we complicaties. Hier vindt u informatie over wat de complicaties zijn.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Er is een kleine kans op complicaties zoals een nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking.

Blauwe plek

U kunt op of rond de wond een blauwe plek hebben door een bloeduitstorting. Bij mannen kan deze blauwe plek doorzakken naar de penis of balzak. Bij vrouwen kan het naar de grote schaamlip doorgaan. Dit is meestal niet erg.

Andere klachten

U kunt naast de blauwe plek last hebben van:

  • koorts

  • een dikke, rode of pijnlijke wond

  • vocht uit de wond

Neem dan contact op met uw zorgverlener.

Wanneer moet ik contact opnemen?

Neem contact op met het ziekenhuis als u binnen 10 dagen na uw operatie minstens 1 van de volgende klachten heeft:

  • temperatuur boven 38.5 graden Celsius;

  • erge buikpijn;

  • rode, gezwollen, pijnlijke wondjes;

  • pus uit het wondje;

  • als u zich ziek voelt;

  • huiduitslag over het hele lichaam.

Hoe neem ik contact op?

Binnen 10 dagen na de operatie neemt u contact op met de polikliniek (0341 – 46 3777). Bel buiten kantooruren de spoedeisende hulp (0341-46 3964).

Is de operatie langer dan 10 dagen geleden? Bel dan uw huisarts. Bel buiten kantooruren de huisartsenpost.