Verwijdering van de blaas wordt ook wel cystectomie genoemd. Bij de vrouwen wordt ook de baarmoeder, en eventueel de eileiders en een deel van de vaginawand verwijderd. Bij mannen kan de prostaat en de plasbuis verwijderd worden. Rondom de blaas worden de lymfeklieren verwijderd.
Wanneer de blaas verwijderd wordt, zal de urine op een andere manier het lichaam moeten verlaten. Dit kan op verschillende manieren.
De meest voorkomende zijn een urinestoma volgens Bricker of een neoblaas (nieuw blaas).
Welke operatie mogelijk is, hangt af van verschillende factoren, zoals het stadium en de locatie van de tumor, operaties van buik in het verleden en/of bestralingen en andere ziektes of gezondheidsproblemen.
Urinestoma volgens Bricker
Bij deze operatie wordt een stukje van de dunne darm van ongeveer 15-20 centimeter vrijgemaakt. De urineleiders worden in het vrijgemaakte stukje darm geplaatst. Het uiteinde van het stukje darm wordt via een opening in de buikwand naar buiten geleid en vastgemaakt op de huid. De urine kan nu van uit de urineleiders en het stukje darm naar buiten worden geleid. Het stukje darm (roosje) op de buik noemen we een stoma. Er is geen controle op de urine, het loopt constant door. Rondom het stoma zal een opvangzakje bevestigd moeten worden op de buik om de urine in op te vangen. Het zakje zal regelmatig geleegd moeten worden.
Neoblaas (nieuwe blaas)
Een neoblaas komt op de plek waar de blaas verwijderd is. Bij de neoblaas wordt gebruik gemaakt van een stuk dunne darm van ongeveer 40 centimeter. Van dit stuk darm wordt een reservoir gemaakt dat op de plasbuis wordt aangesloten. De urineleiders worden in de nieuwe reservoir gehecht.
Het reservoir neemt de functie van de blaas over, namelijk het verzamelen van urine. Een groot voordeel hiervan is dat urine het lichaam via de ‘normale’ weg verlaat. Als een gewone blaas vol is, ontstaat er aandrang om te plassen. Een reservoir van darm heeft deze zenuwen niet en daarom ontstaat er geen aandrang als het reservoir vol is. In dit geval is het belangrijk om op gezette tijden de neoblaas te legen, ‘op de klok plassen’. Ook ’s nachts moet de wekker gezet worden om te plassen. Op termijn is dit ongeveer één keer per nacht.
Vlak na de operatie moet de blaas elke twee tot drie uur geleegd worden. Later wordt het reservoir groter en is in de meeste gevallen elke vier uur plassen voldoende. Belangrijk is dat het reservoir niet te vol wordt (maximaal ongeveer 500ml).
De nieuwe blaas wordt geleegd door persen met de buik. Soms lukt het niet om zo de nieuwe blaas voldoende te legen. Vooral bij vrouwen kan dit voorkomen. In dat geval kan het nodig zijn dat de blaas met behulp van een katheter leeg gemaakt wordt. Dit is een slangetje dat via de plasbuis in de blaas gebracht wordt om de blaas te legen. Daarnaast kan er ongewild urineverlies (incontinentie) optreden. Een bekkenbodemfysiotherapeut kan hierbij begeleiden.