Blaaskanker, de uitslag van de patholoog

De blaas

De blaas maakt deel uit van de urinewegen. De urinewegen worden gevormd door de nieren, urineleiders, blaas en plasbuis. De urinewegen zijn vanaf de nieren aan de binnenzijde bekleed met slijmvlies. Dit heet ook wel urotheelweefsel. Dit weefsel komt alleen voor in de urinewegen. De blaas is een spier. De wand van de blaas bestaat uit verschillende lagen: een slijmvlieslaag, een bindweefsellaag en een spierlaag. Aan de buitenkant van de blaas bevinden zich een vetlaag en enkele lymfevaten.

Onder normale omstandigheden werken de urinewegen als volgt:
In de nieren wordt overtollig vocht uitgescheiden. Tegelijkertijd worden schadelijke stoffen uit het lichaam verwijderd. De nieren transporteren de gevormde urine daarna via de urineleiders (ureteren) naar de blaas. In de blaas wordt de urine tijdelijk opgeslagen. Als de blaas vol is, ontstaat de drang om te plassen. Tijdens het plassen trekt de blaaswand samen en verlaat de urine het lichaam via de plasbuis (urethra).

Wat is kanker? 

Ons lichaam bestaat uit miljarden cellen. Cellen delen zich; zij maken kopieën van zichzelf. Dit is de manier waarop kinderen groeien. Ook bij volgroeide mensen, volwassenen, delen cellen zich. Dit is nodig omdat er ook cellen afsterven. Al het weefsel vernieuwt zich. Zo kunnen we genezen van wonden en blijven we gezond. Soms slaat de deling op hol. Dan ontstaat een gezwel. Gezwellen die zich niet kunnen uitzaaien naar ander weefsel, noemen we goedaardig. Soms zitten ze in de weg en veroorzaken ze pijn. Dan worden ze weggehaald. Een wratje is het meest duidelijk voorbeeld van een goedaardig gezwel. Gezwellen die ander weefsel kunnen ‘binnendringen’, noemen we kwaadaardige gezwellen, tumoren of kanker. Kanker kan uitzaaien. Een ander woord voor uitzaaiing is metastase.

Blaaskanker

Blaaskanker 

Blaaskanker is kanker die in de blaas ontstaat. Dit heet blaascarcinoom.

In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 7000 mensen voor de eerste keer de diagnose blaaskanker. Blaaskanker komt ongeveer drie keer vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Roken is de belangrijkste risicofactor voor blaaskanker (IKNL, 2025).

Symptomen van blaaskanker

Het beginstadium van blaaskanker geeft meestal weinig of geen klachten.

 Symptomen van blaaskanker kunnen zijn:

  • Bloed in de urine, zonder andere klachten

  • Pijn bij het plassen

  • Vaker moeten plassen dan gewend

Deze klachten hoeven niet te betekenen  dat er sprake is van blaaskanker. Vaak hebben deze klachten een andere oorzaak. De huisarts kan de klachten verder onderzoeken/beoordelen.
Zo nodig volgt er een verwijzing naar de uroloog voor verder onderzoek.

Onderzoeken

Er kunnen verschillende onderzoeken gedaan worden om duidelijk te krijgen of er sprake is van blaaskanker.

Urineonderzoek
Urine kan onderzocht worden onder de microscoop. Hierbij wordt gekeken of er een ontsteking of kwaadaardige cellen in de urine aanwezig zijn.

Kijkonderzoek van de blaas (cystoscopie)
Bij een cystoscopie wordt met een kijkbuisje via de plasbuis in de blaas gekeken. Zo kan de uroloog de binnenkant van de blaas beoordelen op afwijkingen.

Beeldvorming
Hierbij kan gedacht aan een echo van de buik, een CT scan of een PET-CT scan.

Operatie
Bij een operatie wordt afwijkend weefsel uit de blaas weggehaald. Dit wordt een TURT-operatie genoemd. TURT staat voor Trans Urethrale Resectie Tumor. Transurethraal betekent via de plasbuis en resectie betekent weg halen.

De patholoog kan het weggenomen weefsel onder de microscoop onderzoeken.

Diagnose

Met behulp van de onderzoeken die gedaan zijn, wordt een diagnose gesteld.
Er kan sprake zijn van een goedaardige of kwaadaardige tumor in de blaas.

Goedaardige tumoren
De kans dat een tumor in de blaas goedaardig blijkt te zijn, is ongeveer 5%.
Andere woorden voor een goedaardige tumor in de blaas zijn: goedaardige poliep of benigne papilloom.

Kwaadaardige tumoren
De resterende 95% zijn kwaadaardige tumoren. Er is dan sprake van blaaskanker.

Bij ruim 90% van de patiënten ontstaat de tumor vanuit het slijmvliesweefsel (urotheelweefsel) van de blaaswand. We noemen dit ook wel urotheelcelcarcinoom van de blaas.

In deze folder gaat het alleen over deze vorm van blaaskanker.

Stadia bij blaaskanker

Het stadium zegt iets over de uitgebreidheid van de tumor. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de TNM-classificatie:

T staat voor tumor: de grootte van de tumor en/of hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen.

  • Carcinoma in situ (CIS) beperken zich tot de cellen laag en tasten de diepere lagen niet aan. Ze kunnen echter een hoge graad krijgen, want ze kunnen agressief zijn en zich uitbreiden als er geen geschikte behandeling wordt gegeven.

  • Ta: de tumor is oppervlakkig en groeit alleen in het slijmvlies (urotheel).

  • T1: de tumor is nog oppervlakkig, maar groeit al wel in de bindweefsellaag onder het slijmvlies (nog niet in de spierlaag).

  • T2: de tumor groeit ook door in de spierlaag.

  • T3: de tumor groeit ook door in het omliggende vetweefsel.

  • T4: de tumor groeit in nabijgelegen organen of weefselstructuren, zoals de prostaat, baarmoeder, vagina, bekkenwand of buikwand.

N staat voor node: node is Engels voor lymfeklier. Dit geeft aan of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn gevonden.

  • Nx: het is niet beoordeeld/onderzocht of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn.

  • N0 of N-: er zijn geen uitzaaiingen van de tumor in de lymfeklieren.

  • N1 of N+: er zijn uitzaaiingen van de tumor in de lymfeklieren.

M staat voor metastase. Metastase is een ander woord voor uitzaaiing. Dit geeft aan of er uitzaaiingen zijn in organen of ergens anders in het lichaam:

  • Mx: het is niet beoordeeld/onderzocht of er uitzaaiingen in andere organen of op andere plekken in het lichaam zijn.

  • M0 of M-: er zijn geen uitzaaiingen in andere organen of op andere plekken in het lichaam.

  • M1 of M+: er zijn uitzaaiingen in andere organen of op andere plekken in het lichaam.

De agressiviteit van de cellen
De patholoog kijkt naar hoe agressief de cellen zijn. Dit wordt uitgedrukt in graden:

  • Graad 1: minst agressief.

  • Graad 2: gematigd agressief.

  • Graad 3: meest agressief.

Niet-spierinvasieve of spierinvasieve blaaskanker

Bij blaaskanker wordt vaak gesproken over een niet-spierinvasieve tumor of een spierinvasieve tumor.

Niet-spierinvasief betekent dat de kanker zich alleen in het slijmvliesweefsel bevindt en niet doorgroeit in de spierlaag. Dit is het geval bij CIS, stadium Ta en stadium T1.

Spierinvasief betekent dat de kanker zich niet alleen in het slijmvliesweefsel bevindt, maar  ook doorgroeit in de spierlaag of verder. Dit is het geval bij stadium T2, T3 en T4.

Het stadium en de graad zijn bepalend voor het vervolg van de behandeling.
Samen met de behandelend uroloog zal er, indien nodig, een passend behandelplan voor u worden opgesteld.

Contact opnemen

Deze folder bevat algemene informatie. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw uroloog en/of oncologieverpleegkundige.

Heeft u nog vragen over deze informatie? Dan kunt u contact opnemen met de oncologieverpleegkundige. Bel naar telefoonnummer 0341 - 46 39 66.

Voor meer informatie op het gebied van urologie kunt u terecht op www.stjansdal.nl/urologie.